Programma Optimaal Leven verlengd tot januari 2021

Overig nieuws

Het programma Optimaal Leven is nu 1,5 jaar onderweg in de praktijk. In drie gemeenten – Assen, Emmen en Hoogeveen – is een team beschikbaar voor inwoners met veelal ernstige psychiatrische problematiek. Ook in deze bijzondere (corona) tijd gaat het werk door. Dat geldt ook voor de stuurgroep Optimaal Leven, van wie Hilda van der Hek, directeur GGZ Drenthe, voorzitter is.  Voor de zomer 2020 vindt een tussentijdse evaluatie plaats op basis waarvan bekeken wordt, of we doorgaan en zo ja, onder welke condities. “Vanwege Corona hebben we de proeftuinperiode met drie maanden verlengd. Dit betekent dat we voor de zomer een voorgenomen besluit zullen nemen en in het najaar tot een definitief besluit overgaan.

Februari dit jaar is de programmamanager gevraagd scenario’s op te stellen, waaruit onder meer moet blijken of het programma levensvatbaar is en zo ja, onder welke condities. Dit in samenspraak met betrokken partners zoals het Zilveren Kruis, VGZ en de betrokken organisaties en gemeenten, die het programma mede financieren. De resultaten in de praktijk zijn bemoedigend (zie ook elders deze nieuwsbrief). “We willen als stuurgroep echter nog meer inzicht krijgen in de werkelijke verbetering van kwaliteit van leven van de mensen voor wie we ons inzetten. En tevens weten of het financieel voordeliger is om op deze wijze samen te werken rondom en met de cliënt.”

Digitale mogelijkheden

De extra tijd is geen overbodige luxe volgens Hilda. “We horen mooie verhalen uit het veld, maar als Stuurgroep hechten we tegelijk aan de feitelijke resultaten.” Feitelijke resultaten die mede de basis vormen voor de verdere ontwikkeling, de inrichting van de zorg, gekoppeld aan nieuwe, bijvoorbeeld digitale mogelijkheden. “GGZ Drenthe is een echte behandelorganisatie. Wat doen we nog wel en wat niet meer? Ingegeven door bijvoorbeeld krapte op de arbeidsmarkt, zoeken we naar de beste manier om met het netwerk samen te werken. Ook de digitalisering hoort hierbij. Welke digitale mogelijkheden hebben we dan om toch op een effectieve manier de patiënt de zorg te leveren die nodig is en te helpen bij het herstel?”

Blijven ontwikkelen is een centraal aandachtspunt voor Hilda. Steeds opnieuw bekijken welke mogelijkheden er zijn de behandeling te optimaliseren en welke faciliteiten dit proces kunnen versnellen, zoals bijvoorbeeld een (digitale) toolbox die ervaringsdeskundigen kunnen inzetten bij hun werk. Minder inzet in tijd, meer resultaat in de praktijk, met een doelgerichte behandeling als vertrekpunt. “Het zou mooi zijn wanneer we de data die uit het onderzoek komen, gelijk kunnen koppelen aan de behandeling, zodat je meer ‘voorspellend’ kan werken, ook bij deze doelgroep.”

Grens oprekken

 “Binnen de stuurgroep zoeken we naar de mogelijkheden om binnen (juridische) kaders de zorg zo optimaal mogelijk te organiseren. Onze organisaties werken hard aan de realisatie van zaken waarvan uit de praktijk blijkt dat een aanpassing in de randvoorwaarde tot verbetering van zorg kan leiden.  Als Stuurgroep rekken we daarbij als het kan de grenzen van wat mogelijk is op. Dat doen we in samenspraak met alle stuurgroep leden. Op welke gebieden kunnen we aanvullende afspraken maken, die de zorg optimaliseren en de professionals ondersteunen?” Hilda stelt dat hierbij de privacy van de patiënt altijd centraal staat. Zo bijvoorbeeld ook bij het werken vanuit één herstelplan voor de cliënt en in het verlengde één electronisch patiëntendossier.

Inspiratie

Regelmatig schuift Hilda aan bij een van de drie teams van Optimaal Leven. De laatste keer was in maart, in Hoogeveen, net voordat het corona-virus zijn restricties in contact oplegde. “Ik vind het mooi om de dynamiek te ervaren van een teambespreking, waarbij verschillende disciplines zoals  bijvoorbeeld een welzijnswerker, begeleider, verpleegkundige en psychiater aanwezig zijn. Ze spreken dan een ‘gezamenlijke taal’. De psychiater legt uit welk effect een bepaald medicijn heeft op een patiënt, hoe deze de kwaliteit van het leven van de patiënt kan verbeteren. De begeleider leert daar ook van om bijvoorbeeld bepaald gedrag in de omgang te herkennen. Iedereen is gelijkwaardig in het gesprek. Op die manier creëer je ook wederzijds begrip. Het is mooi om te zien hoe het cliëntperspectief voorop staat en het herstel met deze aanpak vlotter gaat. Tegelijk kan ik me op die momenten verwonderen over de kracht van mensen. Dat is indrukwekkend. Ook om te zien hoe een team weer een stapje verder zet. Om dat te ervaren, inspireert ook mij weer.”